De Verenigde Staten hebben opnieuw een opmerkelijke stap gezet in de technologische machtsstrijd met China. Washington heeft namelijk een aantal grote Chinese bedrijven toestemming gegeven om geavanceerde AI-chips van Nvidia te kopen. Het gaat om de krachtige H200-chips, die gebruikt worden voor kunstmatige intelligentie, datacenters en grote taalmodellen. Onder de goedgekeurde bedrijven bevinden zich onder meer Alibaba, Tencent, ByteDance en Lenovo.
De beslissing is opvallend omdat de VS de afgelopen jaren juist steeds strengere exportbeperkingen invoerde om te voorkomen dat China toegang krijgt tot de meest geavanceerde Amerikaanse chiptechnologie. Washington vreest dat zulke chips niet alleen voor commerciële AI kunnen worden gebruikt, maar ook voor militaire toepassingen en surveillancesystemen. Daarom blijven Nvidia’s nieuwste Blackwell-chips nog steeds verboden voor de Chinese markt.
Toch lijkt de Amerikaanse regering nu een middenweg te zoeken. De H200-chips mogen alleen onder strikte voorwaarden worden verkocht. Chinese bedrijven moeten verklaren dat de chips niet militair worden ingezet, terwijl Nvidia aan allerlei controles en exportregels moet voldoen. Bovendien gaan er berichten dat de Amerikaanse overheid een deel van de opbrengsten wil ontvangen.
De situatie laat zien hoe ingewikkeld de relatie tussen de VS en China inmiddels is geworden. Aan de ene kant proberen de Amerikanen China technologisch af te remmen, maar aan de andere kant willen Amerikaanse bedrijven zoals Nvidia de enorme Chinese markt niet verliezen. Nvidia-topman Jensen Huang heeft herhaaldelijk gewaarschuwd dat te strenge exportverboden China juist sneller richting eigen chipontwikkeling duwen, met bedrijven zoals Huawei en Biren Technology als mogelijke winnaars.